Belastingverhogen voor Amerika’s rijken? Voorlopig niet. Terugtrekking uit Irak? Beloofd in de verkiezingscampagne, maar ‘uitstel is mogelijk als de militaire leiders dat adviseren’. De nieuwe minister van Defensie? Is er niet, want Republikein Robert Gates blijft op zijn post. Het opheffen van de ban op lesbische en homoseksuele militairen? Ja, ooit, want dat ligt nu te gevoelig. En de economie? Die ligt in ruïnes, en Obama vertrouwt op een team van radicale vrije markt verdedigers om uit het puin iets nieuws op te bouwen. Geen wonder dus dat links Amerika teleurgesteld is. ‘We zijn misleid,’ zegt Glenn Greenwald in Salon Magazine, ‘echter niet door Obama, maar door onszelf; door onze naïviteit in Obama te zien wat we wilden zien.’
Links Amerika begint het zat te worden. Ruim een maand nadat Barack Obama in Grant Park in Chicago zijn verkiezingsoverwinning claimde, zijn de contouren van zijn regering inmiddels bekend geworden. Maar die contouren werpen hun schaduwen over het politieke centrum; links Amerika staat buitenspel.
Barack Obama stond, om tamelijk onverklaarbare redenen, bekend als één van de meest linkse presidenten die Amerika na de Tweede Wereldoorlog heeft gekozen, maar het lijkt erop dat Obama snel heeft willen afrekenen met dat imago. Hij posteerde de ferme Hillary Clinton, die niet bepaald bekend staat om haar zachtzinnige aanpak van de VS onwelgevallige regimes in het buitenland, op Buitenlandse Zaken. De Republikeinse minister van Defensie, Robert Gates, mocht gewoon blijven zitten. Obama’s persoonlijke veiligheidsadviseur stemde in november op McCain. Zijn economische team is samengesteld uit de rechtervleugel van de Democratische Partij en hamert op de zegeningen van de vrije markt en het onnut van belastingverhogingen voor de rijken.
Nu de werkloosheid in Amerika, vooruitlopend op wat het CPB maandag voor Nederland voorspelde, alarmerend toeneemt, met honderdduizenden extra werklozen per maand, en bedrijven in de rij staan om hun faillissementen aan te vragen, heeft Obama weliswaar een groot linksig investeringsprogramma aangekondigd, maar dat neemt de onvrede en teleurstelling onder progressief Amerika amper weg.
Chris Bowers, een invloedrijke blogger in Amerika, stelde onlangs op zijn weblog OpenLeft.com verbolgen vast dat er ‘geen enkele linkse politicus tot Obama’s team van naast adviseurs is benoemd’. Een opinieartikel in de Washington Post van afgelopen zondag stelde het nog duidelijker: ‘progressief Amerika is – afhankelijk van wie je spreekt – teleurgesteld, geïrriteerd of moedeloos.’
Maar links Amerika rebelleert amper en lijkt de behoudende benoemingen van Obama – veel van zijn directe adviseurs en ministers deden ook al dienst in één van de twee Clinton regeringen – voorlopig te slikken, temeer daar er weinig alternatieven zijn. Er is in de Verenigde Staten geen politieke kracht van enige significantie die een linkser geluid vertolkt dan dat van Obama’s beweging. En ondanks het langzaam webebben van de verkiezingseuforie, en de hoop op nieuwe tijden, gaat Obama’s beweging voor verandering gewoon door met het organiseren van inspreekavonden en huisfeesten. In het aankomende weekeinde bijvoorbeeld wordt in enkele tienduizenden huishoudens in de VS een bijeenkomst georganiseerd door actieve voormalige campagneleden. Zij gaan de campagne evalueren en zullen bespreken hoe het gepassioneerde vuur voor verandering, dat in november wakkerde onder zoveel Amerikanen, brandend kan worden gehouden. Campagnevoerders van de voorbije herfst kunnen daarom een informatiepakket aanvragen bij de Democratische Partij met een dvd, kladblokken, een paar programmatische boekjes en vrolijke ‘Yes we Did’ balpennen om te delen in hun ‘hele buurt en onder vrienden, kennissen en familie. ‘Organiseer ook een huisfeest’, roepen de e-mailtjes van de nationale campagnecoördinator op, ‘en rapporteer ons over het verloop van de avond’.
De belangrijkste van Obama’s ideeën om Amerika over haar economische crisis (die inmiddels is uitgezaaid naar het nationale zelfvertrouwen) lijkt vooralsnog een massief investeringsprogramma te zijn. Hoewel het begrotingstekort in de VS reeds enorm is – President Bush slaagde erin het in acht jaar tijd te verdubbelen – en de Amerikaanse overheid reeds miljarden dollars heeft geïnvesteerd in, en gereserveerd voor, het redden van praktisch failliete banken en hypotheekverstrekkers, wil Obama de geldkraan nog eens openzetten om 2.5 miljoen nieuwe banen te creëren in een jaar tijd. Die banen moeten vooral komen uit door de overheid betaalde infrastructurele projecten, zoals de aanleg van nieuwe (spoor)wegen en de uitbreiding van bestaande; ook het ontwikkelen van een schone, milieuvriendelijke technologische innovatiesector staat hoog op de agenda. De kosten van die plannen zijn voorlopig geraamd op ‘enkele honderden miljarden dollars’.
Maar al die beloften nemen de onzekerheid bij links Amerika niet weg. Zij hadden bijvoorbeeld graag gezien dat de linksige Edward J. Markey, parlementslid uit Massachusetts, bevestigd zou zijn als de nieuwe minister van energiezaken. Maar de positie is tot op heden nog niet gevuld. ‘Heel veel progressieve Amerikanen zijn misleid door wie Obama is, en wat hij vindt,’ stelt schrijver Glenn Greenwald verbitterd vast. Tim Carpenter, de leider van Progressief Amerika, een organisatie die in 2004 werd opgericht om John Kerry meer naar links te laten opschuiven, stelt vast: ‘Obama’s belangrijkste benoemingen zijn allemaal van mensen die rechts van hem staan, politiek gezien.’
Tim Carpenter, en de meeste andere progressieve Ameriken, vinden het echter nog te vroeg voor een definitief oordeel. Obama is immers pas een maand bezig, en ‘hij gaat nog altijd betere beslissingen maken dan John McCain zou hebben gedaan,’ zegt blogger Markos Moulitsas in de New York Times. Robert Borosage, directeur van het Instituut voor de Toekomst van Amerika, sluit zich daarbij aan. ‘Het programma van Obama was zó progressief, dat zolang hij gematigden vindt om dat programma uit te voeren, er geen reden tot paniek is.’